
Het is belangrijk om de juiste afstand in acht te nemen wanneer je infraroodverwarmingselementen gebruikt. Als je ze bijvoorbeeld in een omkleedruimte plaatst, moet je ervoor zorgen dat er voldoende ruimte is tussen de verwarmingsapparaten en het plafond. Het gaat hier om een soort evenwicht: je wilt dat mensen zich warm voelen, maar tegelijkertijd moet je voorkomen dat het plafond beschadigd raakt.
Infraroodverwarmers werken anders dan de ouderwetse verwarmers die alleen maar hete lucht verspreiden. Ze stralen warmte uit die rechtstreeks op mensen en voorwerpen terechtkomt. Dit geeft een fijn gevoel, want je voelt je al snel warm zodra je onder de verwarmingsapparaten staat. Echter, dezelfde intensiteit kan problemen opleveren als de apparaten te dicht bij het plafond staan.
De ‘kegel’ van warmte
Stel je voor dat de warmte die van de apparaten komt, in de vorm van een kegel is. De afstand tussen de apparaten en het plafond bepaalt hoe deze kegel zich verspreidt. Meestal is een afstand van ongeveer 0,5 tot 1,5 meter voldoende, afhankelijk van de kracht van de apparaten. Als je ze te hoog aan het plafond monteert, blijft de warmte vastzitten. Hierdoor kan de verf op het plafond beschadigen of kan het plafondmateriaal vervormen.
Kortegolflampen werken erg snel. Ze verspillen geen tijd met het opwarmen van de lucht; ze richten zich direct op het doel. Maar dit betekent dat het plafond sterk genoeg moet zijn om de warmte te kunnen weerstaan.
Het compromis
Je moet kiezen tussen dekking en intensiteit. Monteer je de apparaten lager, dan krijg je een sterke warmtestroom. Monteer je ze hoger, dan verspreidt de warmte zich over een groter gebied, maar zal het niet zo ‘heet’ aanvoelen wanneer je op de grond staat.
Ik heb veel ingenieurs gezien die proberen deze apparaten in lage plafonds te plaatsen om ruimte te besparen. Dat werkt nooit. Er ontstaan dan ‘hele hete plekken’, waar één persoon het erg heet heeft, terwijl iemand die twee meter verderop staat het koud heeft. Je moet ervoor zorgen dat de warmte zich richting de mensen richt, en niet richting het gebouw zelf.
Een paar veiligheidstips
Vergeet de bedrading niet. Deze apparaten verbruiken veel energie zodra ze worden ingeschakeld. Zorg er dus voor dat je hittebestendige kabels gebruikt voor alle kabels die dicht bij de apparaten liggen. Je wilt immers niet dat de isolatie smelt. En als je plafond gemaakt is van brandbaar materiaal, wees dan voorzichtig: voeg dan een thermische bescherming toe of geef de apparaten meer ruimte.